De fase die vooraf gaat aan het sluiten van een contract wordt de precontractuele fase genoemd. In deze fase vinden de onderhandelingen plaats. De precontractuele fase eindigt wanneer de onderhandelingen definitief beëindigd worden of wanneer de partijen een overeenkomst sluiten. In beginsel is het afbreken van de onderhandelingen altijd toegestaan. Dit is echter niet altijd het geval. In sommige gevallen kunnen de onderhandelende partijen in de precontractuele fase al verplichtingen hebben jegens elkaar.

 

Contractsvrijheid

Als uitgangspunt geldt de contractsvrijheid, en daarmee dus dat onderhandelende partijen vrij zijn om onderhandelingen af te breken waardoor er geen overeenkomst tot stand komt. Deze vrijheid wordt echter beperkt wanneer de onderhandelingen in een stadium zijn beland waarin de wederpartij erop had mogen vertrouwen dat een contract zou worden gesloten. In de oude rechtspraak over deze vrijheid had de gold een systeem van drie verschillende fasen. Deze fasen bestonden uit: (i) afbreken van de onderhandelingen mag; (ii) afbreken van de onderhandelingen mag, maar met schadevergoeding; (iii) en afbreken van de onderhandelingen mag niet meer. Tegenwoordig wordt een andere (soortgelijke) maatstaf gehanteerd.

 

Gerechtvaardigd vertrouwen

In recente rechtspraak van de Hoge Raad is vastgesteld dat onderhandelende partijen verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen, maar in beginsel wel vrij zijn om de onderhandelingen af te breken. Partijen moeten dus in zekere zin rekening met elkaar houden. Zoals hiervoor genoemd, houdt de vrijheid om onderhandelingen af te breken op wanneer er bij een partij gerechtvaardigd vertrouwen is ontstaan dat de overeenkomst tot stand zou komen. Daarnaast kan het in sommige omstandigheden onaanvaardbaar zijn om de onderhandelingen vrijelijk af te breken.

Wanneer de partij die de onderhandelingen af wil breken veel heeft bijgedragen aan het ontstaan van dit vertrouwen, dan is de kans groot dat de onderhandelingen niet meer vrijelijk mogen worden afgebroken zonder dat er een schadevergoeding om de hoek komt kijken. Hierbij is ook van belang of er zich onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan tijdens de onderhandelingen.

 

De oplossing

In de precontractuele fase bestaat veel onzekerheid over de vrijheid waarmee de onderhandelende partijen de onderhandelingen kunnen afbreken. Om deze onzekerheid weg te nemen, is het mogelijk om met de wederpartij een voorovereenkomst, Letter of Intent (LOI) of Memorandum of Understanding (MoU) te sluiten. Dit zijn documenten waarin de onderhandelende partijen hun onderlinge rechten en plichten, die gedurende de onderhandelingen gelden, kunnen vastleggen. Hierin kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat er geen schadevergoeding verschuldigd is bij het afbreken van de onderhandelingen of dat de hoogte van de schadevergoeding wordt beperkt.

 

Bent u van plan om binnenkort een (grote) overeenkomst te sluiten en heeft u hier advies bij nodig, of heeft u andere vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag.

Zij gingen u voor