Soms komt het voor dat u, als aandeelhouder, geschillen krijgt met een (of zelfs meerdere) van uw medeaandeelhouders. Om zulke geschillen vooraf te voorkomen kunt u een aandeelhoudersovereenkomst sluiten. Hierin wordt bepaald wat de onderlinge verhoudingen zijn, en worden bevoegdheden uit statuten uitgewerkt. Vaak wordt in een aandeelhoudersovereenkomst ook opgenomen hoe geschillen moeten worden opgelost indien zij toch ontstaan. Er kan bijvoorbeeld worden opgenomen dat een geschil moet worden opgelost door middel van mediation of arbitrage. Arbitrage is een alternatieve vorm van geschilbeslechting, wat inhoudt dat niet de standaardprocedure van een gang naar de rechter wordt gevolgd, maar dat onafhankelijke derden, arbiters genaamd, over het geschil zullen beslissen. Maar betekent dit ook dat een eventueel arbitragebeding ervoor zorgt dat de civiele rechter geen bevoegdheid heeft tot geschilbeslechting?

 

Geschilbeslechting in de overeenkomst

In een aandeelhoudersovereenkomst worden vaak alternatieve manieren opgenomen om geschillen op te lossen. Zo kan bijvoorbeeld bepaald worden dat eerst gepoogd moet worden het geschil op te lossen via een nader in de overeenkomst genoemde persoon. Indien dit niet slaagt, is mediation vaak de volgende stap. Wordt ook hier geen oplossing mee bereikt, dan zou het geschil bijvoorbeeld definitief opgelost kunnen worden door middel van arbitrage. Maar wat nu als een aandeelhouder liever direct een gang naar de rechter op wil starten terwijl in de overeenkomst een arbitragebeding is opgenomen, betekent dit dan dat dit niet mogelijk is?

 

Bevoegdheid van de rechter

In beginsel is het inderdaad zo dat een geldig arbitragebeding de bevoegdheid van de civiele rechter uitsluit. De civiele rechter moet zich onbevoegd verklaren indien bij hem een geschil aanhangig wordt gemaakt waarbij een geldige overeenkomst tot arbitrage is gesloten. Maar, zoals zo vaak in het recht, zijn hier uiteraard uitzonderingen op. Een bekende uitzondering betreft de aanvraag van voorlopige voorzieningen in kort geding. Zelfs indien partijen hebben voorzien in een beding waarin het arbitraal kort geding is opgenomen, sluit dit de bevoegdheid van de civiele rechter niet uit. Wel is het zo dat de rechter zich onbevoegd kan verklaren indien de gedaagde partij zich op het arbitraal kort gedingbeding beroept. Hij moet daarbij rekening houden met de vraag of de verlangde voorziening met het arbitraal kort geding snel genoeg kan worden verkregen, en met de vraag of specifieke kennis nodig is voor beslechting van het geschil.

 

Wat betekent dit?

Kortom, het opnemen van een arbitragebeding zorgt er niet voor dat een gang naar de rechter is uitgesloten. Er zijn verschillende situaties waarop toch onder omstandigheden direct een gang naar de civiele rechter bewerkstelligd kan worden, zoals bij, zoals genoemd, het kort geding.

 

Heeft u zelf een probleem met uw aandeelhouders omtrent arbitrage, speelt er een ander geschil of heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Zij gingen u voor